John Martyn [Oor: Een lied in het donker]

René Megens
Oor magazine #25/26

John Martyn is een groot...

... liedjesschrijver en een nog groter zanger. De Schot is echter ook een wispelturig man, die tijdens zijn recente Nederlandse toer de mensen in zijn omgeving tot wanhoop dreef. Zijn bijna vijfentwintigjarige carrière, met onsterfelijke albums als Solid Air en One World, leverde hem geen fortuin op, maar hij kan redelijk van de muziek leven.

Zo verkocht zijn voorlaatste CD, The Apprentice, in Engeland vijfendertigduizend exemplaren. Martyn (45): "Ik heb geen zwembad achter mijn huis. Door is het toch te koud voor in Schotland. Geld interesseert me niet. Ik geniet het respect van andere musici en dat is waardevol voor mij."

De eclecticus putte voor zijn negentien LP's uit stijlen als folk, rock, jazz en reggae. Hij werkte samen met mensen als Levon Helm, Phil Collins en Lee 'Scratch' Perry. Eric Clapton en Taj Mahal namen werk van hem op en Bonnie Raitt zal volgend jaar voor haar nieuwe album enkele songs van Martyn coveren. Wellicht speelt Raitt ook mee op een van de albums die Martyn in '92 van plan is op te nemen.

Martyn begint in de jaren zestig als folkie, treedt een tijdlang op met zijn eerste vrouw Beverley en opereert daarna zowel solo als in groepsverband. Hij zet de jaren tachtig sterk in met zijn echtscheidingsalbum Grace And Danger. "Mijn beste plant, omdat hij zo emotioneel is," stelt Martyn huilerig. Door problemen met het Island label kan hij echter in de tweede helft van dat decennium een tijd niets uitbrengen. "Het draaide allemaal om geld en juridisch geouwehoer. Een moeilijke zaak voor een muzikant, maar goed voor je instelling," meent Martyn achteraf. Zijn eerste album na zijn tweede vertrek bij Island verschijnt in '90 op een onafhankelijk labeltje, maar hij ziet The Apprentice niet als comeback. "Hoe kun je een comeback maken, als je nooit bent weggeweest? Of er achter de titel van The Apprentice een cynische bedoeling zit? Jazeker. Meer zeg ik er niet over. Waarom niet? Als jij die vraag weet te stellen, dan ken je het antwoord ook," aldus een koppige Martyn.

De laatste jaren heeft Martyn meer aandacht geschonken aan zijn unieke, hese stem, die zelfs op haar meest omfloerste momenten krachtig klinkt en vooral in de vaak onvolprezen ballades volledig tot haar recht komt. Martyn: "Ik heb mijn manier van zingen wat veranderd. Ik vond mijn stem te licht, te delicaat. Nu heb ik meer bas, meer body tot mijn beschikking. Ik zing vooral over mijn persoonlijke leven. Ik heb inderdaad iets met het weer en met water. Ik ben echt een buitenmens. Slechts een paar songs zijn een politiek of sociaal statement. Acid Rain bijvoorbeeld geeft commentaar op het milieuprobleem. John Wayne is een anti-fascistisch lied en het titelnummer van mijn laatste CD Cooltide, een vrolijk album overigens, slaat op de oorlog in de Golf en de situatie in Zuid-Afrika."

Martyn heeft geen goed woord over voor de jonge generatie singer-songwriters. Naar collega's luistert hij zelden. Hij draait veel liever klassiek of jazz. "Ik houd van jazz, omdat het zo veel vrijheid kent en het meer dan pop, reggae of zelfs rhythm & blues leidt tot zelfexpressie. De nieuwe lichting singer-songwriters? Lenny Kravitz en Tracy Chapman vind ik wel zo verschrikkelijk slecht. Kravitz is afschuwelijk. Hij kleedt zich als een idioot, pretendeert dat hij Jimi Hendrix is en kan niet eens gitaar spelen. En Tracy Chapman is een saai, saai, saai klein meisje, dat door haar platenmaatschappij kapot gehyped is. Ik neem binnenkort ook een akoestisch album op met nieuwe nummers, want ik hoor tegenwoordig niemand iets goeds doen op de akoestische gitaar. Lui als Tracy Chapman kunnen niet spelen. Het is hopeloze shit. Die dingen deed ik toen ik een jaar of zestien was."

René Megens


muffnote: This story was part of a big singer-songwriter feature called 'A Song In The Dark'. Other portraits were about Bruce Cockburn, Billy Bragg, David Olney, Steve Wynn and Townes Van Zandt. Funnily enough the following interview was with Lenny Kravitz...
The original end of year issue cost six guilders and 95 cents.