Amsterdam, Paradiso, 29 Oct 1991

1 Nov 1991
Trouw
Stan Rijven
John Martyn betoverend
Publiek in de ban van zijn hartverscheurend optreden
pop
AMSTERDAM - Europa's belangrijkste popfotograaf, Anton Corbijn, portretteerde hem ooit als een in monnikspij weggedoken zonderling met een naar binnen gekeerde blik.

Een allesbehalve gebruikelijk beeld voor een popartiest, maar in het geval van John Martyn subliem getypeerd en in de ziel geraakt. De Schotse zanger/ gitarist behoort tot het spaarzame groepje Einzelgänger, dat tijd en trend ten spijt, volstrekt zichzelf blijft en voortbouwt aan een eigen popuniversum.

Met goed recht kun je de kluizenaar Martyn in het gezelschap van oermens Captain Beefheart en nachtdier Tom Waits plaatsen. Ze hebben een lange, moeizaam opgebouwde carrière gemeen, bezitten een rauwe expressierijke stem en zijn bevlogen avonturiers wanneer het op musiceren aankomt.

John Martyn bevestigde bij de opening van zijn toernee, dinsdag in Paradiso, zijn naam als een van de best bewaarde geheimen van de pop. Het is een cadeau om zo'n onweerstaanbaar en geïnspireerd artiest te zien spelen.

Groter contrast met Barbie-pop David Bowie, die twee dagen eerder in Paradiso stond, was dan ook nauwelijks denkbaar. Ook Martyn draait al een kwart eeuw mee, maar heeft zich nimmer iets gelegen laten liggen aan modegrillen of roem.

Met zijn stoppelbaard, brede grijns, lange leren jas en hoekige bewegingen oogde hij als een beeldhouwer gereed voor het grote werk. Eenmaal op dreef zong hij steeds hartverscheurender, werd zijn gitaarspel feller en wist hij daarmee zijn vier jonge begeleiders tot het uiterste mee te slepen.

Ooit gestart in de folk, hield Martyn zich naderhand bezig met funk, fusion en minimal music1, waarbij hij zijn gitaarstijl telkens vernieuwde. Al deze stijlen keerden in één synthese terug, die vooral gewijd was aan werk van zijn laatste plaat Cooltide. Naarmate het concert vorderde, groeide de band in lang uitgesponnen improvisaties, die zich als droomsequenties aan je voordeden. Martyn transformeerde als het ware tot een mysticus, die met golvende erupties zijn gepijnigde stem en striemende accoorden de vrije loop liet.

Vooral het lyrisch saxofoonspel van Jerry Underwood gaf kleur aan dit betoverende optreden. De volle zaal raakte gedurende twee uur zodanig in de ban, dat twee toegiften nauwelijks voldoende waren.

Stan Rijven

Apeldoorn (Gigant, 2/11) en Utrecht (Tivoli, 3/11).

muffnotes:
1 I can't help it, the text really says so.
This review was published in Trouw of Friday 1st November 1991. The beginning of this review bears a striking resemblance with the one printed 11 February 1985, in the same paper by the same author.

Related to: